Historische reconstructie van Domburg rond 1900 met het Badpaviljoen, badgasten in de duinen en de Noordzee

Op 5 januari 1647 beukte een zware winterstorm op de kust van Walcheren. Bij Domburg sloeg de zee delen van de duinen weg. Toen het water zich terugtrok, kwam iets tevoorschijn dat daar eeuwen verborgen had gelegen: stenen altaren uit de Romeinse tijd.

Op verschillende stenen stond dezelfde naam. Nehalennia.

Bijna vijftien eeuwen nadat Romeinse kooplieden en zeelieden haar hadden vereerd, verscheen de godin opnieuw aan de Zeeuwse kust.

Het is een bijna perfecte openingsscène voor de geschiedenis van Domburg. Achter het huidige beeld van strand, terrassen en vakantiehuizen ligt namelijk een verleden dat veel groter is dan de omvang van het stadje doet vermoeden.

Romeinse handelaren kwamen hier. Vikingen vielen Walcheren aan. Middeleeuwse machthebbers verleenden Domburg stadsrechten. Europese aristocraten kwamen er kuren. Kunstenaars ontdekten het bijzondere Zeeuwse licht.

En voordat Piet Mondriaan zijn beroemde composities van zwarte lijnen en primaire kleuren schilderde, schilderde hij de duinen, kerktorens en zee rond Domburg.

De geschiedenis van Domburg is daarmee veel meer dan het verhaal van een badplaats. Het is bijna tweeduizend jaar Europese geschiedenis, samengebracht op één stukje Nederlandse kust.

Een godin aan de Noordzee

Wie tegenwoordig vanaf Domburg over de Noordzee kijkt, ziet stranden, schepen aan de horizon en op heldere dagen een eindeloze strook water. Tweeduizend jaar geleden maakte diezelfde zee deel uit van een druk handelsnetwerk binnen het Romeinse Rijk.

Schepen vervoerden goederen tussen gebieden die nu Nederland, België, Frankrijk en Engeland vormen. De oversteek was gevaarlijk. Stormen konden plotseling ontstaan en navigatie op de Noordzee was een riskante onderneming.

Voor bescherming richtten handelaren en zeevarenden zich onder andere tot Nehalennia. Wie zij precies was, weten we niet volledig. Nehalennia was geen klassieke Romeinse godin zoals Jupiter of Venus. Waarschijnlijk had haar verering lokale, Keltische of Germaanse wortels die later werden opgenomen in de religieuze wereld van het Romeinse Rijk.

Op afbeeldingen verschijnt ze vaak met een hond, fruitmanden of andere symbolen van handel en voorspoed. Vooral haar band met de zee is belangrijk. Na een behouden overtocht konden handelaren een stenen altaar laten oprichten als dank voor haar bescherming.

Eeuwen later verdwenen veel van die altaren door veranderingen van de kustlijn onder water en zand. Tot de storm van 1647.

De vondsten bij Domburg trokken onmiddellijk de aandacht van geleerden. Al in datzelfde jaar werden tekeningen van de stenen gemaakt voor Constantijn Huygens, die als ambachtsheer van Domburg aanspraak had op de strandvondsten. Daardoor werd het Romeinse verleden van de Zeeuwse kust al vroeg uitgebreid gedocumenteerd.

Romeins Nehalennia-altaar aan de kust bij Domburg met de Noordzee en een Romeins handelsschip

De brand die een deel van de geschiedenis vernietigde

De stenen werden uiteindelijk ondergebracht in de kerk van Domburg. Daar leken ze veilig. Dat bleken ze niet te zijn.

Op 11 oktober 1848 trok opnieuw zwaar weer over Domburg. De bliksem sloeg in de kerktoren. De toren vatte vuur en stortte uiteindelijk in de kerk. Het gebouw werd vrijwel volledig verwoest. Ook een aanzienlijk deel van de Romeinse vondsten ging verloren of raakte zwaar beschadigd.

Toch verdween het verhaal van Nehalennia niet. De tekeningen uit de zeventiende eeuw waren bewaard gebleven. Kort voor de brand was bovendien met medewerking van het Leidse oudheidkundig museum een platenwerk verschenen waarin de vondsten uitvoerig waren vastgelegd. Een deel van wat fysiek verloren ging, bleef daardoor op papier bestaan.

Vikingen aan de kust

Na het verdwijnen van het Romeinse gezag veranderde Walcheren ingrijpend. De Noordzee bleef echter belangrijk. In de vroege middeleeuwen lag in deze omgeving de handelsnederzetting Walichrum, een naam die verbonden is met het latere Walcheren.

De ligging aan zee bracht handel, maar ook gevaar. In de negende eeuw verschenen Vikingvloten steeds vaker langs de kusten en rivieren van West-Europa. Ook Walcheren werd getroffen.

In 837 vielen Vikingen het gebied aan. Historische bronnen vermelden dat daarbij Eggihard, de graaf van Walcheren, werd gedood.

De grote verdedigingswerken die we nu met deze periode verbinden, verschenen niet direct na die aanval. Pas in het laatste kwart van de negende eeuw werden op Walcheren drie grote ringwalburgen aangelegd, waarschijnlijk tegen de voortdurende dreiging van nieuwe Vikingaanvallen. Ze lagen bij Domburg, Middelburg en Souburg.

De Domburgse burg werd de Duinburg genoemd. De ringwalburg had een doorsnede van ongeveer 265 meter en was daarmee de grootste van de drie Walcherse burgen.

Bij archeologische opgravingen in 1991 werden delen teruggevonden, onder andere op het terrein van het Badhotel. Het centrum van de oude burg lag ongeveer bij de huidige kruising van de Wijngaardstraat en Badstraat. Zelfs het moderne stratenpatroon van Domburg draagt nog sporen van die middeleeuwse geschiedenis.

Ook de naam van het stadje verwijst er waarschijnlijk naar. Domburg is een verbastering van Duinburg.

Reconstructie van de vroegmiddeleeuwse ringwalburg Duinburg bij Domburg, met houten palissade, boerderijen en de Noordzee

Een schip uit Engeland in de bodem van Domburg

Archeologie laat ook zien hoe internationaal deze kust al meer dan duizend jaar geleden was. Binnen de Domburgse ringwalburg, aan de huidige Badstraat, zijn houten plankfragmenten teruggevonden die ooit deel uitmaakten van een Angelsaksisch schip.

Het ging om een overnaads gebouwd vaartuig, een bouwwijze waarbij de houten planken elkaar overlappen. Het eikenhout werd gedateerd in de achtste eeuw en het schip wordt in verband gebracht met Hamwic, de belangrijke Angelsaksische handelsplaats waaruit later Southampton ontstond.

Het hout was in Domburg hergebruikt. Zo ligt er in de bodem van een klein Zeeuws stadje letterlijk materiaal van een schip dat ooit onderdeel was van de handelswereld aan de andere kant van de Noordzee.

De zee scheidde deze gebieden niet alleen van elkaar. Ze verbond ze.

Een stad die eruitziet als een dorp

Wie Domburg bezoekt, zal het waarschijnlijk spontaan een dorp noemen. Historisch ligt dat anders.

In 1223 kreeg Domburg stadsrechten. Floris IV, graaf van Holland, en Dirk van Voorne verleenden die rechten tegelijkertijd aan Domburg en Westkapelle.

Domburg groeide nooit uit tot een grote stad zoals Middelburg. Het bleef klein. Juist dat maakt de geschiedenis interessant. Domburg kreeg stedelijke rechten, maar behield het karakter van een kleine kustgemeenschap.

Eeuwenlang leefden inwoners van landbouw, handel, visserij en activiteiten die rechtstreeks of indirect met de zee verbonden waren. Diezelfde zee kon voorspoed brengen, maar ook vernietigen. Stormvloeden, zandverplaatsingen en een voortdurend veranderende kustlijn bepaalden mede de geschiedenis van Walcheren.

In de negentiende eeuw veranderde de relatie met de zee opnieuw. Voor het eerst werd zij een attractie.

Het begin van de badplaats

Aan het begin van de negentiende eeuw ontstond in Europa een nieuwe fascinatie voor zeewater en zeelucht. Artsen schreven baden in zee voor als behandeling voor allerlei aandoeningen. Naar de kust gaan was daarmee nog geen vakantie zoals wij die nu kennen. Het kon onderdeel zijn van een medisch regime.

In 1834 namen twee families uit Middelburg bij Domburg met behulp van badkoetsen een zeebad. Dat jaar geldt als het begin van Domburg als georganiseerde badplaats.

Drie jaar later volgde een belangrijke stap. Op 28 maart 1837 werd de eerste steen gelegd voor een koffie- en badpaviljoen op de duinen. Het gebouw was ontworpen door Gerardus Grauss. Zelfs koning Willem I droeg financieel bij aan de totstandkoming ervan.

In 1866 opende het Badhotel. De bereikbaarheid verbeterde eveneens. Op 1 maart 1872 kreeg Middelburg een spoorverbinding en vanaf 1906 reed een stoomtram naar Domburg.

De Zeeuwse kust kwam dichter bij de grote steden te liggen. Maar voor de internationale reputatie van Domburg was vooral één man belangrijk.

De dokter van de Europese elite

Zijn naam was Johann Georg Mezger. Mezger was arts en werd internationaal beroemd vanwege zijn behandelingstechnieken met massage. Zijn manier van werken droeg bij aan de ontwikkeling van wat later de moderne fysiotherapie zou worden.

Vanaf 1885 was hij regelmatig in Domburg. In 1887 liet hij er Villa Irma bouwen. Zijn patiëntenkring was uitzonderlijk. Tot de mensen die door Mezger werden behandeld behoorden onder anderen keizerin Elisabeth van Oostenrijk, tsarina Maria Fjodorovna van Rusland en koning Gustaaf V van Zweden.

Wanneer een arts met zo'n reputatie in een kleine Zeeuwse badplaats verbleef, bleef dat niet zonder gevolgen. De Europese elite wist Domburg te vinden. Hotels, villa's, badinrichtingen en ontmoetingsplaatsen verschenen rond de kust. Domburg werd mondain.

Carmen Sylva

Een van de beroemdste bezoekers was Elisabeth van Roemenië. De koningin was niet alleen vorstin, maar ook dichteres en schrijfster. Zij publiceerde haar werk onder het pseudoniem Carmen Sylva.

In 1889 verbleef ze ongeveer een maand in Domburg. Ze logeerde in Villa Duinoord, een gebouw dat inmiddels niet meer bestaat, maar bracht veel van haar dagen door in Villa Maria van Carl Erbschloe. Na haar verblijf werd die villa naar haar schrijversnaam hernoemd: Villa Carmen Sylva.

Het gebouw bestaat nog altijd. Het is een tastbare herinnering aan de periode waarin leden van Europese vorstenhuizen naar Domburg kwamen voor rust, gezondheid en behandeling.

Architectuur van een nieuwe badplaats

De snelle ontwikkeling van Domburg kreeg ook een eigen architectonisch gezicht. Het Badhotel opende in 1866en hoorde bij de groeiende voorzieningen voor badgasten.

Architect Johannes van Nieukerken gaf het mondaine Domburg vervolgens mede zijn architectonische gezicht. Hij ontwierp Villa Carmen Sylva en het nieuwe Badpaviljoen, dat in 1888 en 1889 werd gebouwd. Boven op de duinen ontstond een gebouw dat perfect paste bij het nieuwe Domburg. Bezoekers konden er lezen, biljarten, converseren en uitkijken over de Noordzee. In de leeszaal lagen kranten en tijdschriften uit verschillende Europese landen.

Wie zich Domburg rond 1900 voorstelt, moet daarom niet alleen denken aan eenvoudige huizen en vissersboten. Er waren hotels en villa's. Er waren artsen, kunstenaars en welgestelde families. Er waren buitenlandse kranten en bezoekers uit verschillende Europese landen.

Domburg was klein. Maar de wereld kwam er binnen.

Historisch Domburg rond 1900 met het Badpaviljoen, badgasten op het strand en de Noordzee

Toen kwamen de kunstenaars

Misschien was het onvermijdelijk dat kunstenaars Domburg ontdekten. Het licht aan de Zeeuwse kust verandert voortdurend. Wolken schuiven snel over het landschap. De zee weerkaatst het licht. Duinen, dijken en stranden vormen lange horizontale lijnen.

Een van de kunstenaars die daardoor werd aangetrokken was Jan Toorop. Toorop behoorde rond 1900 tot de belangrijkste Nederlandse kunstenaars. Zijn werk bewoog tussen symbolisme, pointillisme, art nouveau en verschillende andere moderne stromingen.

Hij kwam regelmatig naar Domburg en werd een centrale figuur in de kunstenaarswereld die daar ontstond. Andere schilders volgden. Domburg werd behalve een mondaine badplaats ook een kunstenaarskolonie.

In de zomer van 1908 kwam vervolgens een schilder naar Domburg die later wereldberoemd zou worden: Piet Mondriaan.

Voordat Mondriaan lijnen schilderde, schilderde hij Domburg

Bij Mondriaan denken we nu vrijwel onmiddellijk aan zijn abstracte composities. Witte vlakken. Zwarte horizontale en verticale lijnen. Rood, geel en blauw.

Maar zijn ontwikkeling naar abstractie verliep stap voor stap. Domburg speelde daarin een interessante rol. In de zomer van 1908 verbleef Mondriaan ongeveer twee weken in Domburg, op uitnodiging van Jan Toorop. Daarna keerde hij meerdere malen terug naar Walcheren.

Hij schilderde er duinen, bomen, zeegezichten, gebouwen en kerktorens. Wie die werken bekijkt naast zijn eerdere schilderijen ziet iets veranderen. De vormen worden sterker. Details verdwijnen. Kleuren worden minder vanzelfsprekend. De werkelijkheid blijft herkenbaar, maar wordt steeds verder teruggebracht tot ritme, lijnen en vlakken.

Juist daarom is de Zeeuwse periode zo interessant. Je ziet als het ware een kunstenaar onderweg. De schilder die een landschap registreert, begint steeds meer te zoeken naar de structuur achter dat landschap.

Nog voordat Mondriaan de kunstenaar van de wereldberoemde geometrische composities werd, stond hij aan de Zeeuwse kust en schilderde hij Domburg.

Juist die combinatie van duinen, geschiedenis en het steeds veranderende licht maakte Domburg voor mij ook tot het decor van Schaduwen over Domburg. Wie verder wil lezen over de streek, vindt ook mijn selectie boeken over Zeeland.

Schilders van de Domburgse kunstenaarskolonie in de duinen, met uitzicht op het Badpaviljoen, de kerktoren en de Noordzee

Nieuwsgierig hoe Domburg als decor werkt in fictie? Ik stuur je het eerste hoofdstuk van Schaduwen over Domburg gratis per e-mail.

Ontvang het eerste hoofdstuk gratis

Toen het water zich die ochtend bij Domburg terugtrok, lag er een man op het strand. Zijn horloge zat er nog om. Het scherm gaf nog licht.

Een kunstpaviljoen in de duinen

De kunstenaarsgemeenschap kreeg uiteindelijk een eigen tentoonstellingsruimte. Op initiatief van Jan Toorop werd een eenvoudig wit houten paviljoen gebouwd.

Op zaterdag 29 juli 1911 opende daar de eerste Domburgsche Tentoonstelling. In de zomermaanden konden kunstenaars hun werk tonen en verkopen. De tentoonstellingen werden georganiseerd van 1911 tot en met 1921, met een onderbreking in 1918.

Mondriaan nam deel in 1911 en 1912. Het moet een bijzondere combinatie zijn geweest. Aan de ene kant de internationale badgasten in hotels en villa's. Aan de andere kant kunstenaars die experimenteerden met nieuwe vormen van schilderkunst. En daartussen de inwoners van een kleine Zeeuwse stad.

Het paviljoen overleefde die periode niet. In de winter van 1921 op 1922 werd het door een storm vernield. Sinds 1994 staat midden in Domburg opnieuw een gebouw dat naar het oorspronkelijke paviljoen verwijst. Daar is tegenwoordig het Marie Tak van Poortvliet Museum gevestigd.

Een wereld verdwijnt

De Eerste Wereldoorlog betekende al een breuk met de internationale bloeiperiode van Domburg. Reizen werd moeilijker en het mondaine badplaatsleven veranderde.

De Tweede Wereldoorlog was ingrijpender. De Duitse bezetter nam de Zeeuwse kust op in de Atlantikwall, het enorme verdedigingssysteem dat een geallieerde invasie vanuit zee moest tegenhouden. In de duinen verschenen bunkers en militaire installaties. Het strand werd verboden terrein en verschillende gebouwen verdwenen of raakten beschadigd.

In 1944 werd Walcheren bovendien een cruciaal strijdtoneel. Antwerpen was door de geallieerden bevrijd, maar de toegang tot de haven via de Westerschelde bleef onder Duitse controle.

Om de Duitse verdediging op Walcheren te verzwakken, bombardeerden de geallieerden in oktober 1944 op verschillende plaatsen de zeedijken. Grote delen van het eiland kwamen onder water te staan. Ook Domburg werd zwaar getroffen.

Het elegante Domburg van hotels, villa's, kunstenaars en internationale badgasten kwam beschadigd uit de oorlog. Daarna begon opnieuw een ander hoofdstuk.

Geallieerde soldaten en tanks bij Domburg tijdens de Tweede Wereldoorlog, met bunkers van de Atlantikwall

De geschiedenis verdwijnt nooit helemaal

Wie vandaag door Domburg loopt, kan gemakkelijk aan al die historische lagen voorbijgaan. Mensen fietsen naar het strand. Terrassen zitten vol. Kinderen eten ijs. Surfers lopen met hun boards richting zee en vakantiehuizen krijgen iedere week nieuwe bewoners.

Maar op vrijwel dezelfde kust waar nu toeristen naar de Noordzee kijken, baden bijna tweeduizend jaar geleden handelaren tot Nehalennia voor een veilige overtocht. Vikingen verschenen voor Walcheren. Middeleeuwse machthebbers bouwden enorme verdedigingswerken. Vorsten en aristocraten kwamen er kuren. Jan Toorop schilderde er. Piet Mondriaan keek er naar dezelfde zee en duinen en zette er stappen in de richting van een compleet nieuwe beeldtaal.

En zelfs het verhaal van Nehalennia bleek nog niet afgelopen.

Nehalennia keert opnieuw terug

In 1970 viste een visser bij Colijnsplaat, aan de Oosterschelde, brokstukken van Romeinse stenen uit het water. De vondst leidde tot verder onderzoek en bergingen.

Uiteindelijk kwamen ongeveer tweehonderd altaren en andere votiefstenen aan het licht die opnieuw verband hielden met Nehalennia. Meer dan drie eeuwen nadat een storm haar altaren bij Domburg uit het zand had blootgelegd, verscheen de godin opnieuw in Zeeland.

Niet in Domburg ditmaal, maar aan de andere kant van de voormalige Romeinse handelswereld in de Zeeuwse delta. Het maakte duidelijk hoe belangrijk deze kust ooit was geweest.

Wat op het eerste gezicht een perifere uithoek van het Romeinse Rijk leek, was in werkelijkheid onderdeel van een druk netwerk van scheepvaart, handel en religie.

En misschien is dat wel de beste manier om naar Domburg te kijken. Op de kaart is het klein. In de geschiedenis veel minder.

Hedendaags Domburg vanuit de lucht, met duinen, strand, watertoren en de Noordzee

Wat je vandaag nog van die geschiedenis kunt zien

Een groot deel van het oude Domburg is verdwenen, maar wie weet waar hij moet kijken, vindt nog verrassend veel terug.

  • Het Badpaviljoen, hoog op de duinen, herinnert aan het mondaine Domburg van de late negentiende eeuw.
  • Villa Carmen Sylva verwijst rechtstreeks naar het bezoek van koningin Elisabeth van Roemenië.
  • Het Marie Tak van Poortvliet Museum houdt de geschiedenis van de Domburgse kunstenaarskolonie en de tentoonstellingen vanaf 1911 levend.
  • Rond 't Groentje, de Badstraat en de Wijngaardstraat is nog iets te herkennen van het oude stratenpatroon rond de middeleeuwse ringwalburg.
  • Een deel van de oorspronkelijke archeologische vondsten uit Domburg bevindt zich tegenwoordig in museale collecties, waaronder het Zeeuws Museum in Middelburg.
  • Wie door Domburg en langs de kust loopt, bevindt zich nog steeds in hetzelfde landschap dat Toorop en Mondriaan meer dan een eeuw geleden probeerden vast te leggen.

Domburg heeft zichzelf in bijna tweeduizend jaar verschillende keren opnieuw uitgevonden. Romeinse handelsplaats. Middeleeuwse verdedigingsplek. Stad. Badplaats. Kunstenaarskolonie. Vakantiebestemming.

De gebouwen veranderden. De bezoekers veranderden. Zelfs de kust veranderde. Maar één element bleef.

De zee.

De Noordzee die Romeinse schepen droeg, Vikingvloten zag verschijnen, altaren onder het zand verborg en eeuwen later kunstenaars naar Zeeland trok vanwege het licht boven het water.

Sommige plaatsen bewaren hun geschiedenis vooral in monumenten. In Domburg ligt een deel ervan nog altijd onder het zand.

Veelgestelde vragen over de geschiedenis van Domburg

Waarom heet Domburg Domburg?

De naam Domburg is waarschijnlijk ontstaan uit Duinburg, de naam van de grote ringwalburg die hier in het laatste kwart van de negende eeuw werd aangelegd. Die vroegmiddeleeuwse versterking lag rond het gebied van de huidige Badstraat en Wijngaardstraat.

Wanneer werd Domburg een badplaats?

Het georganiseerde badtoerisme begon in 1834, toen twee families uit Middelburg bij Domburg met badkoetsen de zee in gingen. In 1837 werd de eerste steen gelegd voor een koffie- en badpaviljoen op de duinen.

Welke kunstenaars werkten in Domburg?

Jan Toorop werd een centrale figuur in de Domburgse kunstenaarswereld. Piet Mondriaan kwam in de zomer van 1908 naar Domburg en keerde later meerdere malen terug. Tussen 1911 en 1921 vonden er bovendien de Domburgsche Tentoonstellingen plaats.

Bronnen en verder onderzoek

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van historisch en museaal materiaal van onder meer de volgende instellingen:

Verder lezen

Domburg speelt ook een centrale rol in mijn roman Schaduwen over Domburg. De geschiedenis in dit artikel is echt. Het verhaal dat daarop volgt, is fictie.

Ontvang het eerste hoofdstuk gratis

Toen het water zich die ochtend bij Domburg terugtrok, lag er een man op het strand. Zijn horloge zat er nog om. Het scherm gaf nog licht.